Kleurtheorie voor fotografie-editing: de basis

Door Michiel Heijmans

Presets toepassen is een begin. Ze begrijpen is de volgende stap. Wie weet hoe kleuren samenwerken, kan elke preset aanpassen en verfijnen in plaats van afhankelijk te zijn van wat de maker heeft bedacht.

De kleurencirkel is je startpunt. Complementaire kleuren (tegenover elkaar op de cirkel) versterken elkaar: blauw en oranje, rood en groen, geel en paars. Veel filmkleurbehandelingen gebruiken blauw in de schaduwen en oranje in de middentonen. Dat is geen toeval maar kleurtheorie in de praktijk.

In Lightroom gebruik je de HSL-module (Hue, Saturation, Luminance) om per kleurkanaal te werken. Verlaag de Hue van blauw richting paars voor een koeler blauw. Verhoog de Luminance van geel voor helderder huidtinten in portretfoto's. Kleine aanpassingen per kanaal geven precisie die een globale kleurschuif niet geeft.

Color Grading (vroeger Split Toning) laat je schaduwen, middentonen en highlights elk een eigen kleurtint geven. De klassieke filmachtige behandeling: warme tint in de highlights, koele tint in de schaduwen. Dat is het patroon dat je terugziet in bijna elke goed gemaakte preset.