Presets installeren in Lightroom Classic: stap voor stap
Door Michiel Heijmans
Je hebt je presets gedownload. Nu moeten ze nog in Lightroom terechtkomen. Presets installeren in Lightroom Classic kan op twee manieren: via het importvenster of door de bestanden zelf in de juiste map te zetten. Importeren is het makkelijkst. Handmatig kopiëren geeft je meer controle over de mappenstructuur. Ik zou beginnen met importeren. Ook ik hoef niet overal een project van te maken.
Welke bestanden heb je nodig?
Voor Lightroom gebruik je de XMP-bestanden uit je download. XMP is het huidige presetformaat en werkt in Lightroom Classic, Lightroom en Adobe Camera Raw. Je kunt ook nog bestanden met de extensie .lrtemplate tegenkomen. Dat is het oude formaat, van vóór Lightroom Classic 7.3. Lightroom zet die bestanden bij het importeren om.
In onze download zit elke preset in vier sterktes: 25, 50, 75 en 100 procent. Die varianten laten je de intensiteit kiezen zonder meteen zelf de schuiven bij te stellen. Wil je alle sterktes kunnen gebruiken, neem dan ook alle bijbehorende XMP-bestanden mee bij de installatie.
Daarnaast bevat de download per preset een .costyle voor Capture One en een .cube-LUT, eveneens in vier sterktes. Voor de stappen hieronder heb je die niet nodig. Hier houden we het bij Lightroom Classic. De installatie in Capture One is een apart onderwerp.
Methode 1: importeren via Lightroom
Bij deze methode laat je Lightroom de bestanden op hun plek zetten. Je hoeft dus niet zelf naar een map van Adobe te zoeken.
- Open Lightroom Classic en ga naar de module Ontwikkelen (Develop). Met de toets D kom je daar direct.
- Zoek links het paneel Voorinstellingen (Presets). Dit is het paneel waarin je geïnstalleerde presets straks verschijnen.
- Klik op het plusteken (+) bij het paneel en kies Voorinstellingen importeren (Import Presets).
- Ga naar je download en selecteer de XMP-bestanden die je wilt installeren. Je kunt ook direct het ZIP-bestand kiezen. Voor deze methode hoef je de XMP-bestanden dus niet eerst los uit het ZIP-bestand te halen.
- Klik op Importeren. De presets verschijnen in een groep in het paneel Voorinstellingen.
Zie je de groep staan? Dan is de installatie klaar. Je hoeft dezelfde bestanden niet ook nog handmatig te kopiëren. De twee methodes zijn alternatieven voor elkaar.
Methode 2: handmatig kopiëren
Zet je de bestanden liever zelf op hun plek, gebruik dan de CameraRaw-map. Sinds Lightroom Classic 7.3 horen XMP-presets daar thuis. De map Develop Presets is alleen voor het oude .lrtemplate-formaat. De naam klinkt logisch, maar voor je XMP-bestanden is het de verkeerde bestemming.
- Pak het ZIP-bestand uit, zodat je de losse XMP-bestanden kunt kopiëren.
- Open de map Settings op je computer. Het juiste pad voor Mac en Windows staat hieronder.
- Maak binnen Settings een submap voor je presetpack. Geef die een herkenbare naam, zodat je later nog weet welke bestanden erbij horen.
- Kopieer de XMP-bestanden naar die submap. Neem de gewenste sterktes mee.
- Herstart Lightroom Classic en kijk in het paneel Voorinstellingen.
Mac: ~/Library/Application Support/Adobe/CameraRaw/Settings/
Windows: C:\Users\[gebruikersnaam]\AppData\Roaming\Adobe\CameraRaw\Settings\
Bij Windows staat [gebruikersnaam] voor je eigen gebruikersnaam op die computer. Controleer vooral het laatste deel van het pad: je moet in CameraRaw\Settings zijn.
Verschijnen de presets niet?
Loop deze controles even langs voordat je opnieuw begint met installeren. Een preset kan aanwezig zijn en toch verborgen blijven in het paneel.
- Herstart Lightroom Classic. Heb je de bestanden handmatig gekopieerd, controleer dan of je Lightroom daarna opnieuw hebt gestart.
- Controleer de map. Je XMP-bestanden horen in CameraRaw/Settings, eventueel in de submap van je pack. Staan ze in Develop Presets, verplaats ze dan naar de juiste map en herstart Lightroom.
- Toon gedeeltelijk compatibele voorinstellingen. Klik op het plusteken bij het presetpaneel. Zoek de optie Gedeeltelijk compatibele voorinstellingen tonen / verbergen en kies voor tonen.
- Controleer Voorinstellingen beheren. Een preset kan via deze optie verborgen zijn. Controleer of de voorinstellingen die je zoekt zichtbaar zijn ingesteld.
Je preset terugvinden
Bovenaan het presetpaneel staat een zoekveld. Typ de naam van je preset of een trefwoord om hem terug te vinden. Dat scheelt bladeren, zeker als je meerdere packs met alle vier de sterktes hebt geïnstalleerd. Kies vervolgens de preset en de sterkte die je wilt toepassen.
Stel de preset daarna per foto bij met de schuiven. Het blijft een beginpunt.